|
Kunnen wij honden verstaan?
De hond is een zeer sociaal dier, die van nature in zijn omgang met mensen, andere honden en dieren zich gedraagt volgens specifieke regels. Deze regels noemt men roedelregels, naar analogie met de wolven-roedel. De roedelregels zijn onwrikbaar, zij dienen ter bescherming van de roedel. Inbreuk op deze regels is dan ook bijna een dodelijk vergrijp, de andere leden van de roedel zullen de zich niet aan de roedelregels houdende hond corrigeren. Veel communicatiestoornissen tussen hond en baas, maar ook tussen verschillende honden in het gezin en tussen vreemde honden die elkaar tegenkomen, worden veroorzaakt doordat de baas zijn/haar hond niet laat leven volgens deze roedelregels maar volgens andere, bijvoorbeeld de omgangsregels tussen mensen. In een roedel heeft iedere hond zijn eigen plaats. Ieder hond heeft een bepaalde rol:
· Een stevige reu / alfa (soms teef)Deze hond neemt in bijna alles duidelijk de leiding en ‘dwingt’ deze leiding af. · het wijfje van deze reu (soms mannetje als er een teef de baas is)
Dit is meestal de sterkste en gezondste teef, die een aantal bijzonderevoorrechten heeft, zoals:
· samen met de reu (alfa) jagen. · direct na hem of tegelijk met hem mogen eten van de prooi. · geen oppasdienst: pups van haar blijven altijd in leven.
Belangrijk is dat de hele roedel weet en accepteert dat het wijfje van de leidervoorrechten krijgt. Zij, op haar beurt, deelt weer voorrechten uit aan andere. Meestal bepaalt zij de verdere rangorde binnen de roedel.
· de zogenaamde alfa-honden
Dit zijn honden die van nature ook leidersdrang in zich hebben, hun tijd afwachten en ter zijner tijd de leider verstoten, een eigen roedel stichten of zich aansluiten bij een andere roedel. In onze maatschappij ziet men zelden goede alfa-honden. Deze zijn bijzonder zelfverzekerd, dwingen respect af door hun uitstraling en niet d.m.v. vechten.
· de beta-honden.
Deze honden trachten op alle mogelijke manieren bij de leidende honden in hetgevlei te komen. Zij likken ze de snuit, passen op de pups, eten als laatste de restjes op, hebben de slechtste slaapplaatsen en vertonen tijdens de jacht voortdurend een onderdanig en slaafs gedrag. Deze honden zijn zeer gelukkig in deze positie, ze hoeven niet onzeker te zijn en hebben geen last van stress of nervositeit omdat er altijd duidelijkheid is. Er wordt voor hen beslist. Welke plaats de hond ook inneemt op de sociale ladder binnen de roedel, hij is en blijft een jager. Hij is zich ervan bewust dat hij tanden heeft om te overleven en ook om bepaalde (voor-) rechten af te dwingen. Hij zal ze zeker gebruiken als hij in de problemen komt. Een hond geeft zijn tegenstander wel de kans om te verdwijnen, voordat er een gevecht uitbreekt. Vertoont de tegenstander een deemoedsgebaar dan is er niets aan de hand, als de hond niet zelfverzekerd is, zal hij eerder voor vluchten kiezen, wordt hij in het nauw gedreven en er wordt niet gekeken naar zijn deemoedsgebaar, dan gaat hij zeker over op de aanval (noodweeragressie) Eigenlijk zijn het conflictvermijdende wezens, ze gaan absoluut een gevecht uit de weg als ze de mogelijkheid hebben.Honden communiceren door middel van houding, stand van oren/ staart, mimiek en door geluid.
Houding: Wanneer honden hoog in rang zijn nemen ze een hoge houding aan. Ze kunnen in één keer tien centimeter groter lijken. Als ze angstig zijn of laag in rang kunnen ze veel kleiner lijken dan dat ze werkelijk zijn. Deze houdingen kunnen heel snel wisselen. Het kan zijn dat de hond naar het ene gezinslid heel hoog staat en naar de andere laag. Als het onduidelijk voor de hond is of hij hoog of laag moet zijn kan de hond zich ambivalent gedragen. Ambivalent gedrag houdt in dat hij bijvoorbeeld aan de voorkant aangeeft dat hij hoog is en aan de achterkant laag. Andersom kan natuurlijk ook. De rugharen kunnen omhoog gaan staan, dit kan verschillende betekenissen hebben. De hond kan zich bedreigd voelen, hij kan zich angstig voelen. In dit geval heeft het met onzekerheid te maken. Wanneer de hond deze houding gebruikt om bazig te zijn, wil hij groter lijken. Met de staart en oren vertellen ze continu in wat voor stemming ze zijn.Hierbij geldt ook weer, hoog staat voor zeker en laag staat voor onzeker, onderdanig en angst. Bij de stand van oren en staart zie ook de tegenstrijdigheden zoals bij de houding. Het kan heel goed zijn dat de hond in verschillende stemmingen zit waar bij men een wisselende houding te zien krijgt. Bijvoorbeeld de hond ontmoet twee honden. De ene hond staat boven hem, waarbij hij een lagere houding laat zien, de andere hond staat onder hem, zodat hij aan deze hond een hogere houding laat zien. Wanneer de drie honden bij elkaar zijn, kun je duidelijk de ‘verwarde’ houding waarnemen. Omdat het razendsnel wisselt vergt het enige oefeningen om dit in één keer in je op te nemen.
Mimiek: Gezichtsuitdrukking spreekt boekdelen. De gelaatsspieren van de hond zijn sterk ontwikkeld. Ze hebben ongelofelijk veel controle op deze spieren. Grof gezegd kan men onderscheid maken in alles naar voren richten en alles naar achteren. Het eerste duidt op zeker, dominant gedrag en de tweede geeft angst en onzekerheid aan. Wanneer de hond dominant gedrag laat zien kan hij zijn neus naar voren rimpelen, waarbij men eventueel voortanden kan waarnemen als hij sterk dreigt. Ook zijn ogen zijn naar voren gericht. Bij onzekerheid en angst trekt hij zijn bekspieren naar achteren, waarbij bij sterke dreiging je zijn hele gebit kan zien. De oogspier trekt hij naar achteren, soms kan men het oogwit ook zien.Ook bij de mimiek is het zo dat het enorm snel kan veranderen.
Geluid: Honden blaffen, janken, piepen en grommen. Hiertussen zit gigantisch veel variatie. Het verschil van een hond die gromt uit angst of uit dominantie is enorm groot. De hond die gromt vanuit een angstige motivatie, gromt voor uit zijn keel. De hond die gromt uit dominantie gromt vanuit zijn ’tenen’.Blaffen kan ook alle kanten uitgaan zoals bij bijvoorbeeld opwinding, alertheid, waarschuwend, waakzaamheid, jachtblaf, aandacht etc. Janken komt met name voor bij onze huishond wanneer hij het moeilijk vindt om alleen gelaten te worden. Soms worden honden door een voor hun specifiek geluid gestimuleerd om te huilen. Piepen is een gedrag wat verschillende betekenissen kan hebben zoals aandacht vragen, opwinding, zich onbehagelijk voelen etc.
Oversprong-, conflictsignalen en stress-signalen. Dit zijn op zich staande signalen. Er zit wel degelijk verschil in een conflictsignaal of bijv. een stress-signaal. Om het niet al te ingewikkeld te maken heb ik ze op 1 hoop gegooid. Het zijn onbewuste lichaamssignalen, die naast de normale lichaamstaal extra informatie geven over hoe de hond een situatie beleeft. De signalen lijken uit hun verband gerukt en niet ter zake doende. Ze kunnen duiden op onwil, onzekerheid of opbouw van noodweer etc. Deze signalen op zich, mag u nooit corrigeren omdat ze onbewust zijn. De stress-signalen geven aan dat de hond onder een enorme spanning staat. Met gezonde stress is niets mis. Staat de hond teveel bloot aan stress, dan is dat voor het dier erg onplezierig. Langdurige stress lijdt ook weer tot lichamelijke klachten. Het lichaam moet de stress toch kwijt. Hieronder staan een aantal overspronggedragingen en hoe je deze in mensentaal zou kunnen verwoorden. Het zijn op zich allemaal gedragingen die elke hond laat zien. Alleen in een bepaalde situatie wordt dit gedrag dan een oversprong gedrag. Elke hond kan gapen. Als hij gaapt, net na een commando, dan is dit zeer waarschijnlijk overspronggedrag.NB. Er zijn meerdere vertalingen mogelijk, die hieronder niet allemaal beschreven staan; dit is afhankelijk van de situatie en de eigenschappen van het ras.
HONDENTAAL MENSENTAAL Plassen, snuffelen ik heb even iets beters te doen rollen kijken of ik hier onderuit kan komen gapen wat vervelend dat ik dit moet toestaan
Voorbeeld van de 4 bovenstaande signalen: Je geeft je hond een commando en ineens gaat hij rollen zonder dat hij nat is of jeuk heeft, ineens moet hij nodig plassen, snuffelen en nakrabben of hij rekt zich eens lekker uit zonder dat hij geslapen heeft. Dit zijn signalen waarmee hij, vertaald in mensentaal, zegt: “ik weet wat je bedoelt maar misschien zijn er belangrijker dingen”. In dit geval mag u het commando herhalen.
krabben: weet ik veel? Als je me nou eens vertelt wat je eigenlijk bedoelt, wil ik het wel voor je doen zich uitschudden: ik weet wat ik moet doen, maar ik wil even niet afschudden zo, dat hebben we weer gehad voorbeeld: de hond heeft iets spannends meegemaakt of heeft een correctie gehad, hij schudt dit als het ware van zich af en is de stress kwijt. “lachen”, smakken: ik ben onzeker lachen (het optrekken van de mondhoeken) in combinatie met lage oren kan een signaal zijn dat hij contact wil. slikken: onzekerheid, is dit leuk…? of is dit niet leuk…? (misselijk) klappertanden: dit is heel spannend niezen: schiet op! dit kunnen honden doen als ze iets leuks, spannends verwachten, zoals uitgaan en eten. hijgen: oh jee, nu krijgen we dat weer.b.v. wanneer hij iets onprettig spannends verwacht, zoals in de auto zitten en wagenziek worden. tongelen: deze situatie maakt me te gespannen.tongelen is een teken van spanning die hoog oploopt. De hond kan het haast niet meer aan en bouwt daardoor agressie op. Als hij daarbij 1 voorpoot optrekt, ga dan iets anders met hem doen, zodat de spanning wegvloeit.Veel herderachtigen tongelen tijdens de training, omdat dit honden zijn die van nature wat gespannen zijn, maar dat wil niet zeggen dat ze je gaan aanvliegen!Een hond kan ook tongelen om het reukvermogen te verhogen, b.v. tijdens de jacht, in dit geval is dat geen overspronggedrag! voorpoot optillen: ik kan het niet meer aan.Veel kleine honden tillen hun voorpootje op als ze naast de baas zitten en omhoog kijken. Dit heeft niets met agressie te maken! Bij jachthonden die aan het werk zijn kan dit ook een teken zijn van opperste concentratie.Een aantal stressignalen zijn hijgen, trillen, beven, ontwijken, bevriezen, vluchten, ogen wegdraaien, anaalklieren legen, zich ontlasten en automutilatie.
Kalmerende signalen: Als u de hondentaal goed beheerst, kunnen we nog een stapje verder gaan. Honden gebruiken kalmerende signalen om een ander gerust te stellen, agressie te laten afnemen of zichzelf te kalmeren.Deze signalen kunt u bij uw hond zeer goed gebruiken.
Een aantal van deze signalen is: - Knipperen met oogleden. - Uw zij een beetje toekeren naar de hond. - Uw hoofd wegdraaien. - Gapen. - Spelhouding aannemen. - Gaan zitten, evt. met rug naar hond toe. - Langzame bewegingen maken. - U benadert de hond. Zodra de hond u ziet, gaat u stilstaan, waarna u langzaam wegloopt in een bocht en uw hoofd afwendt. Hierna gaat u iets bij de hond vandaan door de hurken en houdt u zich bezig met de vloer.
Elke hond herkent in principe deze signalen. Honden onderling gebruiken ze ook, veel meer dan hierboven beschreven. Door deze signalen zijn wij in staat om de spanning bij een hond te verminderen. Op deze manier laten we zien dat het oké is bij ons. Als men met een hond samenwoont, is men verplicht (aan de hond) rekening te houden met bovenstaande inzichten. Alleen door het dier te plaatsen in het kader van zijn natuurlijke leef-, gevoels- en 'denk'wereld (leren lezen van zijn houding) zijn we in staat om hem een veilig, vertrouwd en gelukkig leven te geven.
Marian Geytenbeek Kynologisch Gedragstherapeut www.hondenschoolalfa.nl |