Homeopathie in de fokkerij

Er zijn ter ondersteuning van de vruchtbaarheid en dracht verschillende middelen in gebruik. Het is goed om je eerst en vooral te realiseren dat ook hier weer geldt dat wanneer er problemen zijn rond de vruchtbaarheid het van belang is om eerst naar een mogelijke oorzaak te zoeken. Ik zal dan ook eerst langs een aantal veel gehoorde misvattingen lopen:

1.  De meest vruchtbare dag van de loopsheid is dag 11 – 12. Gemiddeld genomen is  dat wel zo, maar er is ook een fiks aantal teven die op dag 8 of 9 al optimaal zijn en ik heb ook teven gezien die pas op dag 22 of 23 gedekt moesten worden.

2.  Mijn teef wordt niet drachtig maar aan de reu kan het niet liggen. Die heeft vorig jaar nog nesten gegeven.  Sperma kwaliteit is een dagopname. Een reu die gisteren uitstekend levend sperma had en die vandaag flink ziek wordt en hoge koorts heeft zou wel eens enkele maanden tot zelfs een ½ jaar een zeer slechte sperma kwaliteit kunnen hebben.

3.  De reu en de teef hebben niet gekoppeld gestaan, dus is ze niet drachtig. Een goede koppeling komt de bevruchting wel ten goede maar het is beslist niet zo dat een dekking zonder koppeling nooit een drachtige teef tot gevolg heeft.

4.  Mijn teef kan na de dekking rustig naar buiten want ze is toch al gedekt. Let op: het is in principe mogelijk dat een teef drachtig wordt van twee verschillende reuen. Als deze reuen beide in vruchtbare periode de teef dekken. Dit heeft al vaker spannende verrassingen opgeleverd.

In de homeopathie zijn rond vruchtbaarheid en dekking een 7-tal middelen die regelmatig gebruikt worden. Je moet je wel realiseren dat we bij het op deze manier gebruiken van een homeopathisch middel slechts gebruik maken van een klein gedeelte van het complete geneesmiddelen beeld dat bij zo’n middel past. De twee meest toegepaste middelen zijn Cimicifuga D3 en Echinacea Purpurea (oertinctuur).

De Echinacea Purpurea wordt hier dan ingezet voor een verhoging van de weerstand. Zelfs kleine irritaties en ontstekingen van het slijmvlies van de baarmoeder, het z.g. Endometrium, kan een flink negatief effect hebben op de vruchtbaarheid van de teef. Door de weerstand een extra stimulans te geven kan dit vermeden worden.

Cimicifuga D3 ondersteunt en stimuleert het zgn. luteiniserende hormoon en beïnvloedt dus als zodanig de eicel rijping, de eisprong en de vorming van het gele lichaam in positieve zin.

Pulsatilla D3 geven we bij honden waar de loopsheid uitblijft. Pulsatilla ondersteunt de werking van het follikel stimulerend hormoon en kan zodoende de follikel groei stimuleren zodat alsnog een loopsheid optreedt.

De loopsheid dient binnen 6 weken na het starten van de Pulsatilla op te treden. Langer Pulsatilla geven heeft geen zin. Als de loopsheid gestart is dient men direct te stoppen met de Pulsatilla en overschakelen naar de Cimicifuga en Echinochea Purpurea. Als na drie weken Pulsatilla nog geen loopsheid is opgetreden kan men nog proberen Ignatia D6 te geven. Ignatia stimuleert de Hypofyse/Hypothalomus tot de afgifte van Gondathroof Releasing hormoon.

Soms kan een slechte vruchtbaarheid te maken hebben met een subnormale schildklierwerking. Als het schildklierhormoon tussen 15-20 mg/l ligt, kan Graphites D6 de schildklier soms net dat zetje geven dat toch succesvolle dracht tot stand komt.

Indien er een verlengde loopsheid optreedt kan er sprake zijn van een cypteuze folikel op de eierstok. Deze follikel wil niet tot een eisprong komen en houdt de loopsheid in stand

In plaats van Cimifuga kan dan ook Apis Helifico D6 geprobeerd worden.

Tot slot Ustilogo Maydis D3 kan gebruikt worden bij teven die overmatig bloeden tijdens de loopsheid. Met name als er stolsels gevormd worden in de uitvloeiing. De Ustilago sluit de kleine bloedvaatjes in de baarmoeder waardoor een afname van bloedverlies optreedt.

Dierenkliniek Kortenoord, Wageningen

Frans Smeur

www.kortenoord.com