![]() Castreren of steriliseren, de feiten op een rij. Bij diversen rasverenigingen doen op dit moment de wildste verhalen de ronde over het castreren of steriliseren van een hond. Gesuggereerd wordt, dat het advies van een dierenarts om een dergelijke operatie wel of niet uit te voeren gebaseerd zou zijn op winstbejag. Hoogste tijd dus om de feiten eens op objectieve wijze op een rij te zetten. Terminologie Het woord sterilisatie komt in feite uit de humane geneeskunde en wordt in de diergeneeskunde veelal eigenlijk foutief gebruikt. "Steriliseren" is het onderbinden van de eileiders of zaadleiders, waarbij de eierstokken respectievelijk de teelballen behouden blijven. Met als doel onvruchtbaarheid van de patient te bewerkstelligen. Bij honden en katten wordt eigenlijk altijd een "castratie"uitgevoerd: de eierstokken respectievelijk teelballen worden geheel verwijderd. Hiermee is het dier dus niet alleen steriel geworden, maar ook de productie van geslachtshormonen word stilgelegd. Bij teven hangt het van de chirurg af of de baarmoeder ook verwijderd wordt bij castratie. Als de baarmoeder afwijkend is (b.v. onstoken) moet deze altijd verwijderd worden. Voordelen van castratie van een teef 1. Loopsheidpreventie. Na een castratie zal een teef niet meer loops worden. Hoewel natuurlijk in de meeste gevallen de ongemakken van het hebben van een loopse teef onoverkomelijk zijn, is het voor een aantal eigenaren een lastig iets: de uitvloeiing van de teef en opdringerige reuen bij het uitlaten en om het huis. Loopsheid preventie kan ook door middel van een medicamenteuze behandeling bewerkstelligd worden (anti loopsheid injectie). Deze behandeling brengt echter mogelijk een aantal bijwerkingen met zich mee. Het is dan ook niet aan te raden om dergelijke preparaten langdurig te gebruiken. 2. Verlaging van het risico op tumoren van de melkklieren. Indien de castratie vroeg in het leven plaatsvindt, in ieder geval voor de tweede loopsheid, zal de kans op het ontstaan van melkkliertumoren aanzienlijk kleiner worden. Honden die voor de tweede loopsheid gecastreerd worden hebben zeven maal minder kans op kwaadaardige melkkliertumoren dan honden die niet of op latere leeftijd gecasteerd zijn. 3. Voorkomen van een baarmoederontsteking. Een baarmoederontsteking bij honden ontstaat onder invloed van hormonen uit een zogenaamde Cysteuze Endometrium Hyperplasie (CEH). Onder invloed van progesteron dat na elke ovulatie (=eisprong) door de eierstokken geproduceerd wordt kan het baarmoederslijmvlies (=endometrium) zich gaan verdikken (=hyperplasie) en cysteus worden. Als dit veranderde slijmvlies ontstoken raakt, dan ontwikkelt zich hieruit een baarmoederontsteking. Dit kan een gevaarlijke situatie opleveren voor de teef, vooral als de baarmoedermond gesloten is waardoor de pus niet weg kan (=pyometra). In dit geval is zelfs een aantasting van de nieren of het ontstaan van een buikvliesontsteking mogelijk. De kans op een baarmoederontsteking wordt groter naarmate de teef vaker loops is geweest(herhaalde invloed van progesteron). 4. Voorkomen van suikerziekte. Het reeds genoemde geslachtshormoon progesteron kan het lichaam ongevoelig maken voor insuline. Hierdoor heeft het een niet gecastreerde teef een grotere kans op suikerziekte. 5. Schijndracht. Het schijndrachtig worden van een teef is in de natuur een compleet normaal fenomeen. In een roedel wolven of wilde honden worden de zogenaamde alfa teven gedekt en de andere teven worden schijndrachtig. (eigenlijk "schijnmoeder") De schijndrachtige teven voeden ook daadwerkelijk de pups van de andere teven en dragen zo bij aan de verzorging. Bij onze gedomesticeerde huishond is het schijndrachtig worden van een teef vervelend voor de baas en zo mogelijk nog vervelender voor de hond zelf. Daarnaast bestaat de indruk dat honden die regelmatig schijndrachtig zijn een grotere kans hebben op het ontwikkelen van kwaadaardige melkkliertumoren. Nadelen van castratie van een teef. Natuurlijk zijn er ook nadelen verbonden aan een castratie. 1. Onomkeerbaarheid. De ingreep is onomkeerbaar, dat wil zeggen eenmaal uitgevoerd is een castratie niet meer terug te draaien. 2. Gewichtstoename. Na een castratie heeft de teef sneller de neiging te zwaar te worden. Een aanpassing van de voeding is in veel gevallen noodzakelijk en het is aan te raden het gewicht van de hond na castratie regelmatig te (laten) controleren!! 3. Incontinentie voor urine. Bij ongeveer 10-20% van de gecastreerde honden kan een hormonaal geinduceerde urine incontinentie optreden. Vooral bepaalde rassen blijken gevoelig en er lijkt een verband te bestaan met staartamputatie (gecoupeerde staart). Er bestaat een verhoogd risico op onwillekeurig urineverlies na castratie bij de volgende rassen: Boxer, Dobermann, Dwergpoedel, Old English Sheepdog (Bobtail), Bouvier, Weimaraner, Riesen-Schnauzer en Ierse Setter. De incontinentie is in het algemeen vrij goed te behandelen, maar behandeling zal de rest van het leven nodig zijn. 4. Verandering van de vachtstructuur. Bij vooral langharige honden blijkt na castratie de vacht structuur te kunnen veranderen. De vacht wordt dan dikker, krulliger en moeilijk te onderhouden. Dit komt voor bij o.a de Cocker Spaniel, Afgaanse Windhond en de New Foundlander. Voor en nadelen van het castreren van een reu. De voordelen van het castreren van een reu zijn veel minder talrijk dan van het castreren van een teef. In sommige gevallen kan een castratie van een reu het karakter positief beinvloeden. Reuen met een zeer dominant karakter en/of hyper sexueel gedrag kunnen na castratie een stuk rustiger worden en daardoor handelbaarder worden. Ook een overmatige uitvloeiing uit de voorhuid kan door een castratie verdwijnen. Een wat angstige en onzekere reu kan na castratie zich in het slechtste geval ontwikkelen tot een angstbijter. Een gecastreerde reu heeft net als een gecastreerde teef meer kans op overgewicht. Medische redenen voor een castratie. Hierbij kan gedacht worden aan: suikerziekte bij een intacte teef, baarmoederontsteking, tumoren van de geslachtsorganen, prostaatproblemen, etc. Het beste tijdstip voor een castratie van een teef. -Leeftijd Het mooiste tijdstip is tussen de 1e en 2e loopsheid in, in ieder geval voor de leeftijd van 2,5 jaar. Na deze leeftijd gaan namelijk een aantal van de genoemde voordelen (met name de verkleinde kans op melkkliertumoren) minder zwaar meetellen. Een castratie voor de 1e loopsheid geeft echter verhoogde kans op een aantal genoemde nadelen: sterk gewichtstoename en het ontstaan van urine-incontinentie. Bovendien is er kans dat de ontwikkeling van de karakterstructuur van de hond niet volledig zal zijn. Ook het uitwendige geslachtsapparaat kan onderontwikkeld blijven bij een te vroege castratie: de hond houdt dan een zgn: infantiele vulva, het geen het ontstaan van ontstekingen van de huid rond de vulva met zich mee kan brengen. -moment in de cyclus Het meest ideale is om in de "rustfase" van de cyclus een teef te castreren. Dit is tussen twee loopsheden in. Preciezer gezegd komt dit neer op 3 maanden na het begin van de loopsheid. Rond de loopsheid is de doorbloeding van de baarmoeder en eierstokken relatief beter, waardoor meer kans is op bloedingen tijdens of na de operatie onstaan, de eerste twee maanden na een loopsheid is er een grote kans op schijndracht na een castratie. In bepaalde gevallen zal van bovengenoemde ideale tijdstippen moeten worden afgeweken om medische redenen. Slotopmerking. Er wordt vaak gezegd dat het steriliseren of castreren van een hond een onnatuurlijke ingreep is. U moet zich echter realiseren dat wij onze honden ook niet in een natuurlijke situatie houden en groot brengen (denk aan voeding, vrijheid van beweging etc.) Als u hond een normale cyclus heeft, de loopsheid volledig normaal verloopt, er geen sprake is van schijndracht of melkkliertumoren en als u als eigenaar weinig hinder ondervindt van de loopsheid van u w hond, dan is er geen reden om uw hond te laten castreren. Het is natuurlijk ook min of meer de plicht van een hondeneigenaar om beperkt ongemak te accepteren, zonder daar onmiddellijk op in te grijpen. En gelukkig is de gemiddelde teef maar twee maal per jaar gedurende drie weken "ongesteld". Het castreren van een hond wordt door ons dan ook niet beschouwd als een routinebehandeling die klakkeloos bij iedere teef (of reu) moet worden uitgevoerd. Geslachtshormonen hebben immers ook een functie in de stofwisseling en het gedrag van een hond. Het is dan ook van belang dat u, ondersteunend door bovenstaande uiteenzetting over het castreren van honden, afhankelijk van de klachten en/of hinder die met de loopsheid van uw hond samenhangen een goede beslissing kunt nemen over het wel of niet castreren van uw hond. Deze beslissing zal tot stand moeten komen samen met uw dierenarts. |