|
Een geheim ontrafeld
Op 29 mei jongstleden is op 80-jarige leeftijd een van ’s werelds grootste schnauzerfokker, Cyriel de Meulenaer, overleden. Meer dan 50 jaar van zijn leven heeft in het teken gestaan van de fokkerij. In deze 50 jaar heeft hij meer dan 70 wereldkampioenen gefokt. Hij was iemand met een sterke persoonlijkheid die wist wat hij wilde en daarbij liet hij zich door niemand de wet voorschrijven, zeker niet op het gebied van fokken. Ter nagedachtenis aan hem en ter ere van zijn vrouw Denise de Meulenaer- Everaert heeft het bestuur gemeend om nogmaals het artikel over hem te publiceren, dat reeds eerder is verschenen. Uit dit artikel blijkt duidelijk wat hij betekend heeft voor de fokkerij voor de Riesen- en Dwergschnauzers in het bijzonder. Voor meer informatie kunt u surfen naar zijn website www.havenstad.com.
De drijvende kracht achter de beroemde kennelnaam ‘Van de Havenstad’ zijn de heer en mevrouw De Meulenaer uit Schilde (België). Hun Schnauzers, zowel riesen als dwergjes, bevinden zich over de hele wereld. Ze exporteren hun honden naar de Verenigde Staten, Spanje, Zweden, Nederland en Rusland. In de 54 jaar dat de kennelnaam bestaat, wonnen ze vele prijzen: fokten ze meer dan zeventig wereldkampioenen. De honden afkomstig uit deze kennel zijn stuk voor stuk fraaie exemplaren met veel adel. Diverse gingen naar de beroemde Amerikaanse Skansens kennel van Sylvia Hammerström. Zij omschrijft Cyriel de Meulenaer als een van de beste hondenmensen die ze kent, en als iemand die bovendien alleen het beste fokt: ‘Cyriel de Meulenaer kent de honden beter dan de keurmeesters. Ik vertrouw hem voor honderd procent. Ik bewonder hem en heb ontzag voor zijn indrukwekkende hoeveelheid kennis.’
Keer op keer zie je de mooie honden van Van de Havenstad verschijnen op shows in binnen- en buitenland. Je vraagt je af: schuilt er een geheim achter het succes van deze kennel? Het zou een verschrikkelijke grote kennel zijn met heel veel honden. Zijn de verhalen en roddels die je in de wandelgangen hoort waar? Je weet niet wat je geloven moet. Enkele jaren geleden ging de vorige redactie van het clubblad op zoek naar het geheim achter het succes van Van de Havenstad. Ze zochten Cyriel de Meulenaer (nu 78 jaar oud) thuis op en ontdekten dat hij hooguit twee nestjes per jaar heeft en dat er helemaal geen kennels zijn. In een paar afgescheiden hoekjes van de tuin houdt hij zijn hondjes. Zelf woont hij in de vroegere paardenstal achter de woning van zijn dochter. Hij vertelde toen de volgende anekdote: ‘Telefoon uit Korea. Of het mogelijk was om met een delegatie de beroemde Van de Havenstad kennels te bezoeken. Ze waren hartelijk welkom maar ik vertelde dat er geen kennels waren. Blijkbaar geloofden ze dit niet, want ze kwamen zoals afgesproken. Het moet een desillusie zijn geweest om helemaal vanuit Korea naar België te komen en dan slechts een handvol dwergjes aan te treffen.’
De kennelnaam Van de Havenstad bestaat sinds 1951. In die tijd fokt Cyriel de Meulenaer Boxers, waar hij nu van zegt: ‘Ik heb altijd wel goede Boxers gehad, honden die hun uitmuntend haalden en geplaatst werden, maar nooit geen toppers.’ Enkele jaren later krijgen de Boxers gezelschap van Dwergschnauzers. Vanaf het eerste moment heeft hij er succes mee. Een reu uit het eerste nest - Eros van de Havenstad, verkocht aan de Nederlandse Ria Harmsen - wordt Nederlands kampioen. Met een teef uit het tweede nest - Fina van de Havenstad - wint Cyriel de Meulenaer zijn eerste grote prijs, de Winner. Rond 1960 stopt het echtpaar De Meulenaer met het fokken van dwergen. Mevrouw vindt de hondjes te nerveus en te bijterig en ze blaffen erg veel. Zestien jaar houden ze zich bezig met paarden. Hun dochter was springruiter en werd Belgisch jeugdkampioen. Maar aan het eind van de jaren zeventig kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan, en komen er weer Schnauzers in huis, ditmaal peper-en-zout Riesenschnauzers. Met succes, want één van de twee honden uit het eerste nest - Adonis - wordt maar liefst drie keer wereldkampioen. Om met hem verder te fokken zoekt de heer De Meulenaer een teef in Engeland. Op het vasteland van Europa kan hij geen goede honden naar zijn zin vinden. Ze zijn over het algemeen te laag gesteld en dit is volgens de heer de Meulenaer een fout die je er bijna niet meer uitgefokt krijgt. Hij koopt Burston Silver April en koppelt haar aan Adonis. |
|
|
Adonis van de Havenstad |
Faust van de Havenstad |
|
Op Faust en Favorit, hun nakomelingen, is hij nog steeds trots. Beiden worden zowel Nederlands kampioen als Winner en Faust werd zelfs drie keer wereldkampioen. Uiteindelijk wordt Faust de meest winnende peper-en-zout Riesenschnauzer ooit. Je kunt aan Cyriel de Meulenaer merken dat hij nog steeds erg trots op hem is: ‘De Faust heeft alles gewonnen wat er te winnen viel, 86 keer beste van het ras, samen met de zwarte, da’s toch geen slechte hond, hé?’ Vanuit Amerika komt een bod van 50.000 gulden voor Faust, maar dit slaat hij af. Uiteindelijk is Faust geschonken aan de eerdergenoemde Skansens kennel. Ook de export van Adonis naar Engeland gaat niet gepaard met een hoge verkoopprijs. Want als de heer de Meulenaer ervan overtuigd is dat een van zijn honden bij een ander van betekenis voor het ras kan zijn, geeft hij hem gewoon weg. Ook herplaatst hij zijn honden om als huishond vertroeteld te worden. |
|
|
Ocus-pocus van de Havenstad |
Peacemaker's Black Emigrant |
|
Tijdens zijn reis naar Amerika met Faust in het begin van de jaren tachtig ‘ontdekt’ Cyriel de Meulenaer de dwerg weer. ‘In Europa vond ik ze er toen miserabel uitzien, met korte en dikke hoofdjes en miezerige beentjes. Als je daarmee fokt, is het achteruitgang. Een Nederlandse keurmeester in die tijd vond zelfs dat de zwarte dwerg uit de standaard moest, zo slecht was het ermee gesteld.’ Na veel discussie met zijn vrouw neemt hij een zwarte teef van dertien maanden mee naar huis, Jebema's Black Debutante. Hij weet nog goed dat hij met Jebema naar een tentoonstelling in Duitsland ging: ‘Ik was de eerste die een hond uit Amerika meebracht. In Duitsland wilden ze daar niets weten. Hoewel er aan de nummers één en twee wat mankeerde, werd ze derde van de tien met de opmerking: “Dieser Hund hat keine Fehler, aber die ist Amerikanisch und das wollen wir nicht haben.” Ondertussen zijn de nakomelingen van de hondjes die ik heb meegebracht overal ter wereld eerste!’
Voor Jebema haalt hij een zwarte reu uit Finland, Peacemaker’s Black Emigrant. De letter L gebruikt hij bij het eerste nest, inmiddels is hij in 2005 bij de E aanbeland, 25 letters verder. Het nest met de O verdient hier een vermelding: Ocus-pocus en Opium werden allebei wereldkampioen.
Waar let u op bij het fokken? ‘Ik kijk alleen naar het individu, nooit naar de afstamming. Verder let ik echt op álles. Kwaliteiten die ik wil hebben zijn een goed hoofd en gebit, behoorlijk goed haar en ik let er natuurlijk op dat ze niets mankeren. Ik neem nooit een kortbenige hond, want dat krijg je er nooit meer uitgefokt. Je ziet het meteen aan de puppies. Zelfs in de tiende generatie komt dat nog terug. Ik wil een goede schouderligging, een hond moet uitgrijpen. De benen moeten niet recht onder de schouder staan, maar onder het lichaam. Karakter komt vanzelf, daar hoef je niet naar te kijken. Want met een mooie hond ben je automatisch meer bezig, dus die ontwikkelt zich vanzelf goed. Ik heb nog nooit een hond gehad met een slecht karakter. Maar dat risico loop je wel als je in grote aantallen fokt voor het geld. Dan wil je ze natuurlijk niet in de huiskamer. En als zestig, zeventig hondjes bij elkaar zitten in een kennel krijg je angstbijtertjes.’
Wat hebt u de laatste tien jaar zien veranderen? ‘De Dwergschnauzers zijn heel andere honden geworden. Ik vind ze veel mooier, het is meer hond. Nog maar twintig jaar geleden was de kwaliteit van de zwarte Dwergschnauzer slecht, nu is die kleurvariëteit Europees gezien de beste. Het meest volmaakt volgens de standaard. Wat ik graag anders zou zien is de hals, wat langer en slanker. Niet als een giraf natuurlijk, het moet passen bij het lijf. |
|
|
Snob van de Havenstad |
Univer van de Havenstad |
|
Een smal gestrekt hoofd vind ik onzin, dat is meer voor een terriër. Nee, het moet wigvormig zijn. Korte voorpoten en steile schouders wil ik ook niet hebben. In Amerika letten de keurmeesters daar meer op want daar valt de Schnauzer in de groep van de terriërs. Dat kun je merken.’
Hoe verklaart u uw succes? ‘Ik doe gewoon mijn eigen goesting. Het succes berust op Fingerspitzengefühl, dat is het hele eieren-eten. Dat heb je of dat heb je niet.’
Hebt u tips voor fokkers? ‘Streng zijn en alsmaar bezig blijven om ze verder te verbeteren. Nooit tevreden zijn. De fouten van je eigen honden zien. Een keurmeester zei eens tegen me: “Je moet niet zeggen wat eraan mankeert!” Maar ik vind: als zij het niet zelf zien, dan moet ik het vertellen.’ |
|
|
Baroque van de Havenstad Winner 2004 |
Cachou van de Havenstad Jeugdwinner 2004 |
|
Hebt u uw doel bereikt? ‘Ja, ik vind dat ik tevreden mag zijn met wat ik gepresteerd heb. Maar ik wil het nog steeds beter doen. Ik zou nog wel een andere reu willen gebruiken, maar ik weet niet waar ik hem halen moet. Als ik in Rusland kijk: die komen allemaal van mij vandaan. Ooit stonden op een show in Spanje 16 afstammelingen van mijn hondjes. Dat is toch belachelijk! Ik wil een hond die beter is dan die van mij. Het gaat me om de kwaliteit. Jammer dat ik die niet kan vinden.’ Daphne Riksen en Annelies Poth |
|