{margin-bott

Ik wou dat ik twee hondjes was…

 

We hebben enkele weken een logee in huis, een witte Dwergschnauzer. Ze is het negatief van Lutske (zwart/zilver) en we hebben veel bekijks op straat. En niet alleen van de mensen die ik normaal gesproken tegenkom op mijn rondjes door Maarssen en omgeving. Ook de honden tonen veel belangstelling, en dan vooral de reuen want Quilate is loops. Zo woont een eindje verderop de vijftienjarige Mulder, normaal gesproken een bedaagde oude ‘heer’ die lekker in het zonnetje voor het huis ligt. Nu springt hij ineens kwiek over het hekje en loopt me voortdurend achterna. Van zijn eigenaars hoor ik dat Mulder ’s nachts onrustig is en veel piept.

 

Het valt me reuze mee, de logeerpartij. Ik werk thuis en heb zo mijn eigen ritme waar Lutske helemaal op is ingesteld. Maar hoe dat zou gaan met een tweede hondje, daar zag ik een beetje tegen op. Zouden ze ’s morgens rustig zijn, als ik me het best kan concentreren? Of zouden ze gaan blaffen en vechten, juist als ik iemand aan de telefoon heb? En ook niet onbelangrijk: zouden ze ’s nachts goed slapen (en wij dus ook)?

De eerste week zetten we Quilates bench bij Laura op de kamer en slaapt Lutske zoals altijd in de keuken. Het gaat prima. Toch besluiten we in de tweede week om ze samen in de keuken te laten slapen. Want eigenlijk is het vooral Lutske die ’s nachts onrustig is, met korte blafjes rond half drie. Daar wordt een mens niet vrolijk van. Het helpt gelukkig en we komen weer helemaal bij.

 

Quilate is een eigenwijs dametje en heel anders dan Lutske. Ze heeft bijvoorbeeld een merkwaardig hoge blaf, het klinkt een beetje als een gilletje. Heel lachwekkend als dat gebeurt wanneer een grote reu iets te opdringerig doet. Als ik sta te koken komt Quilate bij mijn voeten zitten. Even later ligt ze er zelfs bovenop. Ze hoopt natuurlijk dat er iets van het aanrecht valt!

Als ze bij me op schoot wil, gaat ze eerst op haar achterpoten tegen me op staan. Als ik op mijn knieën sla, springt ze er zo op. Dat heeft Lutske nog nooit gedaan.

Als het regent, schudt ze zich voortdurend uit, om de paar meter. Lutske wacht daarmee tot we weer binnen zijn. Omdat Quilate niet zo’n grote blaas heeft, mag ze tegen alle regels in zo nu en dan even in de tuin plassen. Ze doet steeds kleine plasjes, soms een paar druppels maar, als een reu die zijn spoor uitzet. En nu we het toch over pies & poep hebben: bij Lutske is de stoelgang precies op de klok, dan weet je wat je kunt verwachten. Dat is bij Quilate nog even wederzijds wennen. Ik merk dat hondenpoep opruimen net zoiets is als luiers verschonen: het is helemaal niet erg als het ‘eigen’ is maar ik vind het vies bij een andere hond. Het is merkwaardig dat dat minder erg wordt naarmate ze langer bij ons is.

Vrijwel dagelijks moet ik denken aan het beroemde gedichtje van Godfried Bomans:

 

Ik zit me voor het open raam

onnoemelijk te vervelen.

Ik wou dat ik twee hondjes was,

dan kon ik samen spelen.

 

Want spelen, dat kunnen ze wel! De eerste dag dacht ik nog dat ze aan het vechten waren, want het gestoei gaat met veel gegrom gepaard. Maar nu weet ik beter. Eerst gaan ze dicht bij elkaar staan. Dan legt de ene hond een voorpoot op de nek van de andere, die begint wat te happen maar wel heel voorzichtig, bijna liefkozend. Er komt een diep geluid achter uit de keel. Soms staan ze op hun achterpoten rechtop tegenover elkaar, met de voorpoten om elkaars nek. Daarna gaan ze om toerbeurt op hun rug liggen, ze duwen met hun snuit de ander omver en gaan letterlijk rollebollend over het kleed. Tenslotte vallen ze, ieder op hun eigen kussen, voldaan in slaap. Ik zal haar vreselijk missen als ze weer naar huis gaat!

 

Daphne Riksen