yText {marg
Bijna dood… (Vervolg Lutske)
Tja, zo’n hondje, je gaat je eraan hechten. Dat merk je pas echt als er iets vreselijks gebeurt. En dat was al vrij snel, zes weken hadden we haar pas in ons gezin. Lutske was ruim drie maanden oud, nog een echt dropje. Maar wel goed gesocialiseerd; ze was meteen op puppy-cursus gegaan en ook op straat waren ontmoetingen met andere honden en hun bezitters altijd heel genoeglijk. Dus gingen we op een druilerige novemberzondag naar vrienden op de Veluwe. Die hadden een nieuw huis dat we nog niet hadden gezien. Ze wonen vlakbij de hei en daar zouden we eens lekker gaan wandelen, en daarna pannenkoeken eten. Natuurlijk ging Lutske mee, dat kon wel samen met hun riesenschnauzers. We dronken een kopje thee, bekeken het huis en Lutske maakte kennis met de honden. Dat ging met behoorlijk wat enthousiasme gepaard en onze kinderen keken benepen toe. We besloten dat we de grote honden vooruit zouden laten lopen, en dat ik met de kinderen en Lutske wat afstand zou houden tot we echt op de hei waren. Daar konden alle honden los. We lopen richting de hei, Laura heeft Lutske aan haar zwarte riempje. Ver voor ons de riesenschnauzers, ook aan de lijn. Als we ver genoeg van de weg af zijn, laten we de honden gaan. Lutske rent in al haar enthousiasme weg, Laura en Thomas erachteraan. Ik roep: “Niet rennen! Dan gaat ze alleen maar harder lopen!” maar de kinderen horen het niet. Dan gebeurt het. Eén van de grote honden heeft haar ineens in de bek, ik hoor Lutske janken, de kinderen schreeuwen in paniek. Hans is de reddende engel: op de een of andere manier krijgt hij haar te pakken, waarbij Lutske hem flink in zijn hand bijt. De andere honden worden snel meegenomen door onze vriend, zijn vrouw trekt onmiddellijk haar mobieltje en belt de dierenarts. Hans heeft Lutske voorzichtig vast. Haar linkerachterpootje hangt er los bij. “Uit de kom”, denk ik. “Of gebroken.” Er druppelt wat bloed naar beneden. De kinderen huilen met grote gierende uithalen. Met de auto rijden we naar de kliniek, tien kilometer verderop. Onze vriendin wijst, naast mij gezeten, de weg, Hans zit achterin met twee hyperventilerende kinderen en een pup die langzaam haar oogjes dicht doet. Dat mag niet! Ze moet wakker blijven, weet ik. Op de stoep van de kliniek wachten we de komst van de dierenarts af. Ze krijgt een warme kruik en een spuitje tegen de pijn. Meteen ontspant ze. Haar rug wordt met een tondeuse kaal geschoren en we zien een scheur die niet eens zo groot is, maar waaronder het vel over een veel groter gebied is losgekomen. Dat moet goed worden gehecht om te voorkomen dat de boel onderhuids gaat ontsteken. Er worden foto’s gemaakt om te beoordelen of er niets gebroken of beschadigd is. Als door een wonder blijkt er verder niets ernstigs aan de hand. We worden weggestuurd en mogen haar een paar uur later komen halen. Van een wandeling kwam die middag natuurlijk niets. We dronken een kopje thee voor de schrik en haalden Chinees. Eenmaal uit de narcose was onze Lutske een heel zielig hondje dat we voorzichtig mee naar huis namen.
Ik zelf zat trillend achter mijn bureau, de schrikreactie komt bij mij wat later. Mét de realisatie dat ze ook dood had kunnen zijn! Het was een vreselijke ervaring. Maar wel leerzaam: op geen enkele andere manier had ik zo snel, zo sterk, het gevoel kunnen krijgen dat ze helemaal bij ons hoort!
Daphne Riksen.
|